Wat zeg jij tegen jezelf?

‘Wie wil er nou een veertigjarig met een topsalaris, maar zonder ervaring?’

vroeg iemand me onlangs. Hij was uitgekeken op de baan waar hij de laatste 15 jaar werkte. Het liefst wilde hij helemaal het roer omgooien. Maar hij was bang niet meer aan de bak te komen.
‘Ik ben te oud om nog leuk werk te vinden.’ ‘Wat kan ik nou helemaal?’ ‘Ze zien me al aankomen.’
Zinnetjes die hij in het gesprek liet vallen met een vanzelfsprekendheid die mij onaangenaam trof. Want hoe kun je jezelf als aantrekkelijke, ervaren en deskundige medewerker presenteren, als je jezelf voortdurend de grond in boort? Want niet alleen je gesprekspartner hoort die opmerkingen, jijzelf ook.

Dit gebeurt ook als je ruzie hebt met iemand. Je vertelt over wat diegene je allemaal aan doet. Anderen zijn het roerend met je eens, vertellen je wat een hork die ander is. In feite hoor je alleen nog maar vertellen dat die ander een ^&%$# is. Hoe kun je dan nog geloven dat diegene ook goede kanten heeft? Dat er mensen zijn die gek op haar of hem zijn, blindelings vertrouwen en blij zijn om diegene te zien? Sterker nog, die mensen vinden jou waarschijnlijk een ongelooflijke hork, omdat jij…

Enfin, je snapt het. Niet alleen in contact met die ander kan de ruzie escaleren, maar juist ook door te overleggen met anderen, door jouw gelijk te krijgen, door steeds tegen jezelf te zeggen hoe oneerlijk die ander is.

Om escalatie van een ruzie te voorkomen, helpt het om op een rijtje te zetten welke goede eigenschappen die ander heeft, wat je van die ander kunt leren, wat die ander toch wel goed doet. Grote kans dat je dan binnen no time weer on speaking terms bent.