Vertrouwen is een wurggreep

In conflictbemiddelingen hoor ik dat ook zo vaak. Het vertrouwen is weg, dat moet eerst hersteld worden.

Wat een rotstreek!

Want als je zegt: ‘het vertrouwen is weg, het moet eerst hersteld worden’, dan zeg je feitelijk: ‘ik ga bepalen, wanneer ik jou weer wil vertrouwen. Jij moet je in alle bochten wringen om in mijn ogen weer betrouwbaar te zijn. En wanneer dat is, kan ik alleen bepalen.’ Een onmogelijke opgave dus voor de ander.

Daarom vraag ik altijd: ‘Met hoeveel wantrouwen kunnen jullie wel verder?’

Want je hoeft elkaar niet 100% te vertrouwen om wel verder te kunnen werken. Sterker nog, soms zijn ‘onbetrouwbare’ mensen veel betrouwbaarder dan mensen die je denkt te kunnen vertrouwen. Als je ‘onbetrouwbaar’ bent, kan het alleen nog maar meevallen. Het gaat vooral om het managen van verwachtingen die mensen van elkaar hebben.

Om dingen voor elkaar te krijgen hoef je geen dikke vrienden te zijn. In de politiek wordt dat voortdurend bewezen. Als je maar een gezamenlijk doel voor ogen hebt en de wil om dat doel gezamenlijk te bereiken. En daarbij is het belangrijkste, dat je begrijpt dat dat gezamenlijke doel van hogere orde is dan je eigen ego, geloof, voorkeuren of imago.