Rust of ruzie?

Willy komt binnen met burn out klachten, ze moet leren omgaan met stress. Tenminste dat zegt de arbo-arts. Ze vertelt dat ze zo moe is, dat ze zich niet kan concentreren en dat ze soms last heeft van hartkloppingen. Ze heeft zich nu maar ziek gemeld, maar dat voelt ook niet goed.

Ze is directiesecretaris en geeft leiding aan het afdelingssecretariaat, bestaande uit zes secretaresses. Dat is hard werken. De dames zijn behoorlijk mondig en competitief. Willy moet voortdurend ruzies sussen en brandjes blussen. Soms komt ze helemaal niet aan haar eigen werk toe en dan blijft ze maar een paar uur langer.

Maar haar weekenden zijn heilig, dan werkt ze in het dierenasiel, dat geeft ze nergens voor op. Als ze over de dieren vertelt, begint ze te stralen. Ze lijkt ineens een heel andere, vrolijke en energieke vrouw. Bij de dieren is ze helemaal niet moe, integendeel.

Zodra we weer over haar werk beginnen, zakken haar schouders en staat haar gezicht verdrietig. Dan vertelt Willy over haar collega Ineke, de onruststookster van de afdeling. Ze is nooit op tijd, heeft altijd smoesjes en probeert de leukste klusjes in te pikken. Als er iets gebeurt, is Ineke de eerste om de hele boel op te blazen. Willy is spuugzat van haar. Ze zit voortdurend te piekeren hoe ze de situatie kan oplossen, maar zodra ze Ineke maar ziet, krijgt ze hartkloppingen. Ineke doet of er niets aan de hand is, maar intussen roddelt ze voortdurend over Willy.

Zo langzamerhand wordt het Willy duidelijk dat ze geen burn out heeft, maar een levensgroot conflict. Willy’s coachingsvraag verandert van ‘Hoe ga ik om met stress?’ naar ‘Hoe word ik conflictvaardiger?’
Een paar maanden later is Ineke elders aan het werk en heeft Willy geleerd dat leiding geven ook betekent: vertrouwen geven.