Mam, mag ik het nou eens zelf proberen?

Janine werkt als senior beleidsmedewerker bij de rijksoverheid. Ze is gepokt en gemazeld in het ontwikkelen van beleid in een politieke organisatie. Als Deborah, een net-afgestudeerde politicologe de afdeling komt versterken, lijkt het vanzelfsprekend dat Janine Deborah onder haar hoede neemt. Janine leert Deborah alles wat ze weet en begeleidt haar bij haar opdrachten. Dat gaat jaren goed, totdat ook op hun afdeling ontslagen vallen en de bezetting fors krimpt. Janine en Deborah moeten samen het leeuwendeel van het werk doen.

Janine begint zich steeds meer aan Deborah te ergeren, omdat die zich zo afhankelijk en afwachtend opstelt en tegelijkertijd zegt dat ze het allemaal zelf wel kan. Ze krijgen ruzies, Deborah laat werk liggen, dat Janine uiteindelijk toch maar weer doet, want de minister kun je niet laten wachten. Als Janine Deborah daarop aanspreekt, zegt Deborah dat ze het toch nooit goed doet. Janine klaagt bij de directeur, maar die geeft niet thuis. Ze zijn toch volwassen vrouwen, die kunnen hun problemen zelf wel oplossen.

Zo komt Janine bij mij terecht. Ze begint direct op te sommen wat er allemaal mis gaat en waar Deborah in faalt. Mijn opmerking ‘Goh, het lijkt wel alsof je het over een puberdochter hebt.’ treft regelrecht doel. Janine ziet ineens dat zij zich erg als moederkloek heeft opgesteld, waardoor Deborah zich als kind is gaan gedragen. Janine gaat in gesprek met Deborah en de goede verstandhouding keert terug.