To share or not to share: de invloed van sociale media op een echtscheiding

Social media spelen een belangrijke rol in onze samenleving. Twitter, Facebook, LinkedIn, ze zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Facebook is veruit de favoriet in social media-land: zo’n 9,4 miljoen Nederlanders hebben anno 2015 een Facebookprofiel (dit blijkt uit het Nationaal Social Media Onderzoek 2015, uitgevoerd door Newcom Research & Consultancy). Daarvan loggen zo’n 6,6 miljoen Nederlander dagelijks in op hun Facebookaccount. Social media krijgen een steeds groter wordende invloed op ons privéleven. Soms in positieve zin en soms in negatieve zin. Het is dus niet zo verwonderlijk dat social media ook een steeds grotere rol gaan spelen in echtscheidingen.

In de rechtspraak valt een tendens te zien waarin rechters in de familierechtspraktijk een steeds grotere waarde toekennen aan social media-berichten. Zo werd een moeder die na echtscheiding het eenhoofdig gezag wenste over haar minderjarige kind door de kinderrechter in Overijssel in het gelijk gesteld. De vader had zich op Facebook diverse malen negatief uitgelaten over de moeder. De kinderrechter hield daar rekening mee en besloot om het gezag bij de vader weg te nemen. Dat ook social media- berichten waarin niet de ex-partner, maar één of meer minderjarige kind(eren) centraal staan, door rechters in hun beoordeling kunnen worden meegenomen, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Limburg. In de onderhavige zaak had de vader een bericht op Facebook geplaatst waarin hij schreef dat hij zijn minderjarige kind kwijt was. Uit de vele reacties die op het bericht volgden, bleek dat mensen dachten dat het kind vermist was. De rechtbank oordeelde dat de vader met het plaatsen van het Facebookbericht de belangen van het kind had veronachtzaamd. Daartoe merkte de rechtbank expliciet op dat de vader de effecten van een dergelijk bericht via sociale media had kunnen en moeten voorzien. Mede op grond daarvan overwoog de rechtbank dat er geen mogelijkheden waren voor gezamenlijk gezag en dat het gezag derhalve voortaan eenzijdig aan de moeder moest worden toekomen.

Dat niet alleen grievende en veronachtzamende opmerkingen over ex-partners en kinderen op social media een rol kunnen spelen in de beslissing van een rechter wordt onderschreven door een uitspraak van de Rechtbank Zeeland West-Brabant. In deze zaak ging het om een vrouw die haar Facebookstatus had gewijzigd in ‘gehuwd’. De ex-partner van de vrouw legde deze statuswijziging voor aan de rechtbank en stelde zich op basis daarvan op het standpunt dat zijn verplichting tot het betalen van een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw van rechtswege was geëindigd. De Rechtbank Zeeland West-Brabant oordeelde dat met de statuswijziging van de vrouw op Facebook was komen te staan dat de vrouw gehuwd was. De vrouw kon zich met deze uitspraak van de rechtbank niet verenigen en ging in hoger beroep. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde vervolgens dat de man ter onderbouwing van de stelling dat zijn ex-partner gehuwd zou zijn slechts bescheiden had overgelegd met betrekking tot de gewijzigde Facebookstatus van de vrouw.  Gezien het feit dat de vrouw de stelling van haar ex-partner naar mening van het hof voldoende had weersproken, kwam het hof tot de conclusie dat de door de man aangedragen bescheiden onvoldoende waren om op voorhand aan te nemen dat de vrouw getrouwd was. De man werd door het hof nog wel toegelaten tot het leveren van bewijs van zijn stelling door middel van getuigen.

Een ander voorbeeld waarin de invloed van social media op echtscheidingen duidelijk naar voren komt, is de zaak waarin een man stelde dat zijn ex-partner met haar nieuwe vriend zou samenwonen als ware zij gehuwd. Ter onderbouwing van zijn stelling overlegde hij uitdraaien van de Facebookpagina van de vrouw. Hierop waren Facebookberichten van de vrouw te zien waaruit bleek dat zij voor haar nieuwe partner ontbijt maakte en avondeten kookte, dat zij samenwoonden, dat zij samen de hondjes uitlieten en dat zij samen voor haar kinderen zorgden. Het Gerechtshof Amsterdam concludeerde op basis van de betreffende Facebookberichten dat de vrouw een duurzame affectieve relatie met haar nieuwe partner had en ook met hem samenwoonde. Op basis daarvan oordeelde het hof dat er sprake was van een  ‘samenwoning als ware zij gehuwd’. De verplichting van de man tot het verstrekken van levensonderhoud voor de vrouw werd derhalve door het hof beëindigd.

Ter afsluiting verdient aandacht de zaak die ter beoordeling aan de Rechtbank ‘s-Gravenhage werd voorgelegd. De man had via derden vernomen dat zijn ex-partner op Facebook en soortgelijke Surinaamse websites berichten had geschreven waarin zij ontkende dat de man de biologische vader van haar kind was. Uit het daarna ingestelde DNA-onderzoek bleek dat de man inderdaad niet de biologische vader van het kind was. De rechtbank vernietigde de erkenning van het kind door de man en oordeelde dat de door het huwelijk ontstane lotsverbondenheid tussen de man zijn ex-partner was geëindigd: de vrouw had zich dermate grievend gedragen tegenover de man dat van hem in redelijkheid niet gevergd kon worden bij te dragen in haar levensonderhoud. Haar verzoek om partneralimentatie werd om die reden door de rechtbank afgewezen.

To share or not to share

Uit bovengenoemde voorbeelden uit de rechtspraak volgt dat de invloed van social media op echtscheidingen toeneemt. Of het nu gaat om het ontnemen van het gezag van één van de ouders of het verlies van vermogensrechtelijke aanspraken na echtscheiding: berichten op social media blijken meer en meer van doorslaggevende betekenis te zijn. Het advies luidt dan ook: share niet te veel. Zoals blijkt uit voorgenoemde voorbeelden kunnen uitlatingen op social media u duur komen te staan.

Social Media

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *