Iedere realiteit vraagt ander gedrag

Eduard is met zeer harde hand opgevoed door zijn vader, zijn moeder is in de oorlog doodgeschoten. Eduards vrouw Myra heeft het er heel moeilijk mee. Ze verafschuwt haar schoonvader, maar kan hem ook niet ontlopen, omdat hij intussen zo oud is, dat hij alleen nog zelfstandig kan wonen als de kinderen voor hem zorgen. En dat doen ze dan ook, alle drie de zoons en hun vrouwen. De broers spreken nooit over hun jeugd en de schoondochters doen dat evenmin, daarvoor gedragen ze zich allemaal te afstandelijk.

Wat Myra nog het meest verward, is dat haar schoonvader eigenlijk een lieve man lijkt, zeker in de omgang met de kleinkinderen. Maar dat kan ze niet rijmen met de nachtmerries van Eduard en zijn enorme behoefte aan regelmaat en orde. Of met de verhalen over de keren dat Eduard in elkaar geslagen is. En met de nachten dat hij zijn kast opnieuw moest inrichten, omdat een t-shirt scheef lag en de ijzeren discipline waarin ze leefden.

Op mijn vraag of ze weten waarom Eduards vader hun zo streng heeft opgevoed, kunnen ze geen antwoord geven. Hij heeft de tweede wereldoorlog intensief meegemaakt en Eduards moeder is toen overleden, dat heeft duidelijk een stempel op hem gedrukt. Eduards vader heeft nooit verteld over de oorlog en de verschrikkingen die hij heeft meegemaakt. Het hele onderwerp ‘oorlog’ was bij hun taboe. Nog steeds gaat de televisie uit als er een oorlogsfilm vertoond wordt.

Ik leg ze voor om de jeugd van Eduard eens vanuit oorlogsrealiteit van zijn vader te bekijken. Zou het ook kunnen zijn dat zijn vader niet vanuit sadisme of wreedheid handelde, maar vanuit zorg en liefde? Omdat hij zijn kinderen wilde voorbereiden op een volgende oorlog met een volgend kamp? Omdat zijn vader zelf zo in die oorlog vastzat?

Eduard is heel stil geworden. Myra is in tranen. Dan zegt Eduard: ‘Dit is voor het eerst dat iemand het woord liefde gebruikt als het om mijn vader gaat. Wat moet die man het moeilijk hebben gehad.’