Het escalatiemodel van Glasl

een korte beschrijving

Het ontstaan en escaleren van conflicten is als eerder gezegd een dynamisch proces. Een belangrijk

kenmerk is het zogenaamde `spiraaleffect'. Een conflictincident kan negatieve gevoelens oproepen en zo aanleiding geven tot verdere irritatie en frustratie. Deze gevoelens kunnen leiden tot nog meer agressief en destructief gedrag, zodat elke episode tot een verhoging van de spanning leidt. Escalatie versterkt dan reeds bestaande negatieve beelden, houdingen en gedragsvormen en lokt een nieuw incident uit, dat ook weer versterkend werkt, etc.

Een ander proces dat optreedt bij het escaleren van conflicten, is het zogenaamde 'verkokeringeffect': de betrokkenen graven zich steeds meer in in hun eigen standpunten en hebben steeds minder oog voor de standpunten en belangen van de ander. In wezen verliezen beiden steeds meer het zicht op de realiteit en maakt de bril plaats voor oogkleppen. De inhoudelijke kant van de zaak verdwijnt naar de achtergrond van het conflict, de zaak vernauwt zich tot een principekwestie. Het conflict wordt meer en meer beheerst door relationele aspecten.

Een veelgebruikt model voor de analyse van conflictescalatie binnen organisaties is de escalatieladder van Glasl die negen escalatiegraden kent. Dit model onderscheidt in een conflict drie hoofdfasen en in elke hoofdfase weer drie escalatiegraden.

Hoofdfase I

In de eerste hoofdfase van het conflict zijn mensen zich bewust van spanningen en tegenstellingen en ze spannen zich in om hier op rationele en beheerste wijze mee om te gaan. Naarmate het conflict in deze eerste hoofdfase escaleert, ervaren mensen dat -naast de bestaande  zakelijke tegenstellingen- ook de wijze waarop met deze tegenstellingen wordt omgegaan aanleiding geeft tot irritaties en spanningen. Kenmerkend voor deze fase is dat mensen, ondanks de bestaande spanningen, het conflict in onderlinge samenwerking trachten op te lossen. De wil om een win-win situatie te creëren en tot een gezamenlijke oplossing van het conflict te komen, is in deze eerste fase nog duidelijk aanwezig.

Hoofdfase I: eerste escalatiegraad

Het conflict begint vaak met een discussie, waarin de standpunten zich beginnen te verharden. De gesprekspartners hebben steeds minder oor en oog voor elkaars argumenten. Ze raken steeds meer gefixeerd op wat hen scheidt in plaats van wat hen bindt. Omdat de wil om tot een gezamenlijke oplossing te komen in deze fase nog duidelijk overheerst, eindigt het gros van de conflicten tussen partijen in deze fase.

Hoofdfase I: tweede escalatiegraad

In de tweede escalatiegraad treedt een verdere polarisatie van het conflict op. Er wordt nu geknaagd aan het beginsel van gelijkwaardigheid tussen partijen: partijen beginnen zichzelf lichtelijk superieur te vinden. Dit uit zich in gedrag dat over en weer irritaties oproept: persoonlijke aanvallen, manipulaties, misleiding etc. Hoewel partijen elkaar wantrouwen in de verbale communicatie, proberen zij in deze fase toch nog door middel van praten de tegenstellingen op te lossen.

Hoofdfase I: derde escalatiegraad

De derde escalatiegraad kenmerkt zich door een verschuiving van aandacht van verbale communicatie naar de non-verbale: geen woorden, maar daden. Mensen beginnen er minder in te geloven dat de problemen kunnen worden opgelost door middel van discussie. Het wantrouwen groeit. Men let meer op non-verbale signalen van de ander. Door te letten op intonatie, mimiek en lichaamshouding van de ander wordt getracht te ontdekken wat die ander nu werkelijk bedoelt. Gissingen, interpretaties en misvattingen wakkeren vervolgens het conflict weer aan. Hoewel de psychische afstand tussen de conflictpartners groeit, sluiten zij zich nog niet geheel voor elkaar af.

Hoofdfase II

In deze fase vormt de relatie de belangrijkste bron van irritatie en spanning. Het wantrouwen is nu zo gegroeid dat mensen er geen brood meer in zien om in samenwerking niet de ander het conflict op te lossen. De wil om een win-win situatie te creëren heeft plaats gemaakt voor een win-lose houding.

Hoofdfase II: vierde escalatiegraad

In de vierde escalatiegraad beland gaat het alleen nog om 'winnen of verliezen'. Mensen zoeken naar ondersteuning door derden, die zij proberen te overtuigen van hun gelijk. Zwart-wit denken beheerst nu de percepties van mensen (een positief zelfbeeld tegenover een negatief beeld van de ander). De polarisatie van het conflict is toegenomen, maar de conflictpartners willen elkaar nog niet geheel kwijtraken.

Hoofdfase II: vijfde escalatiegraad

In de vijfde escalatiegraad begint men te twijfelen aan elkaars morele integriteit. Op het moment dat één van de conflictpartners meent te herkennen dat de ander immorele tactieken toepast om zijn gelijk te halen, verandert de houding in het conflict in hoge mate. Het vechten wordt radicaler het gaat nu om het verdedigen van de eigen integriteit en het ontmaskeren van de immoraliteit van de ander. Al het handelen is gericht op gezichtsverlies van de ander. In deze fase is een compromis uitgesloten.

Hoofdfase II: zesde escalatiegraad

In de zesde escalatiegraad overheersen de dreigingstrategieën. Er worden over en weer harde eisen geformuleerd onder de dreiging van sancties (bijvoorbeeld een kort geding of een staking) wanneer deze eisen niet worden ingewilligd. In deze provocatieve fase wordt een dreiging beantwoord met een wederdreiging.

Hoofdfase III

In deze fase wordt het streven naar het toebrengen van schade allesoverheersend. Er is dan ook geen winst meer te behalen; er ontstaat een lose-lose houding. Het is een strijd die uiteindelijk louter verliezers oplevert.