Kwalitatieve Scholingsplicht, dilemma of uitkomst

De scholing voor ondernemingsraden is geregeld in artikel 18 van de Wet op de Ondernemingsraden.

  • Artikel 18
1.De ondernemer is verplicht de leden van de ondernemingsraad en de leden van de commissies van die raad, gedurende een door de ondernemer en de ondernemingsraad gezamenlijk vast te stellen aantal uren per jaar, in werktijd en met behoud van loon dan wel bezoldiging de gelegenheid te bieden voor onderling beraad en overleg met andere personen over aangelegenheden waarbij zij in de uitoefening van hun taak zijn betrokken, alsmede voor kennisneming van de arbeidsomstandigheden in de onderneming.
2.De ondernemer is verplicht de leden van de ondernemingsraad en de leden van een vaste commissie of onderdeelcommissie, bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, gedurende een door de ondernemer en de ondernemingsraad gezamenlijk vast te stellen aantal dagen per jaar, in werktijd en met behoud van loon dan wel bezoldiging de gelegenheid te bieden de scholing en vorming van voldoende kwaliteit te ontvangen welke zij in verband met de vervulling van hun taak nodig oordelen.
3.De ondernemer en de ondernemingsraad stellen het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, en het aantal dagen, bedoeld in het tweede lid, vast op een zodanig aantal als de betrokken leden van de ondernemingsraad en van de commissies van die raad voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze nodig hebben. Daarbij wordt in acht genomen dat het aantal uren niet lager vastgesteld kan worden dan zestig per jaar en het aantal dagen:
a. voor leden van een in het tweede lid bedoelde commissie die niet tevens lid zijn van de ondernemingsraad, niet lager vastgesteld kan worden dan drie per jaar;
b. voor leden van de ondernemingsraad die niet tevens lid zijn van een in het tweede lid bedoelde commissie, niet lager vastgesteld kan worden dan vijf per jaar; en
c. voor leden van de ondernemingsraad die tevens lid zijn van een commissie, niet lager vastgesteld kan worden dan acht per jaar.
4.De ondernemingsraad, alsmede ieder lid van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad kan de kantonrechter verzoeken te bepalen dat de ondernemer gevolg dient te geven aan hetgeen is bepaald in het eerste, het tweede en het derde lid.

 

Als je dit artikel leest dan is mijn interpretatie van de afgelopen jaren misschien niet de juiste. Ik heb altijd gesteld dat een ondernemingsraad recht heeft op 5 dagen, aangevuld met 3 voor OR-leden die ook commissielid zijn. Maar nu ik het eens met een andere bril lees, is het misschien geen recht maar een plicht. U, als lid van de ondernemingsraad, mag immers niet afwijken van wat in de wet staat.
Ook zegt de wet dat een Convenant alleen aanvullende voorschriften of extra bevoegdheden kan bevatten. Dus ook dat zou betekenen dat u niet mag afwijken naar minder dan 5. Wel naar meer dan 5 dagen.
Is het niet raar dat ik dan aan de lopende band ondernemingsraden tegenkom die minder dan 5 dagen per jaar aan scholing of vorming vastleggen in hun agenda? Let wel de inhoud van de scholing, en daarom staat er ook de term vorming, staat niet vastgelegd in de wet. Dat mag u als ondernemingsraad zelf bepalen. De onkosten die hiermee gemoeid zijn moeten op basis van redelijkheid worden toegekend. Maar hierin heeft u als ondernemingsraad ook veel invloed.
Maar is het juist een diskwalificatie als u zichzelf verplicht voelt om op training te gaan zonder dat een duidelijke trainingsbehoefte of ontwikkelvraag aanwezig is? Ik denk dat een kwalitatieve training juist gericht is op uw vraag en behoefte en dat deze elementen de inhoud van de training of een ander ontwikkeltraject bepalen. En in de wet staat wel de term voldoende kwaliteit en ook daaraan moet het aanbod dus voldoen.

Is dit een dilemma of juist een versterking?

U bent niet alleen gerechtigd maar zelfs wettelijk ‘verplicht’ tot 5 dagen scholing / vorming en als u die op een kwalitatieve wijze vorm wilt geven is er een ontwikkel- of scholingsvraag nodig.
Nu kunnen de meeste trainers met u sparren over de kwaliteit van medezeggenschap en over welke competenties hieraan ten grondslag liggen. En er zijn diverse methodieken om te zien hoe u, in ontwikkeling, naar die norm van competenties kunt groeien. Maar daarnaast is er de mogelijkheid om ook eens naar u als individu te kijken en dan niet alleen op basis van uw lidmaatschap van een ondernemingsraad maar op basis van mede-zeggenschap en de verplichting van een andere wet (Wet Zorg en Zekerheid) die maakt dat u scholing en ontwikkeling veel breder kunt bekijken. Noem het een persoonlijke efficiëntie ontwikkeling. Dit betekent dat het scholingsplan of ontwikkelplan van de ondernemingsraad breder wordt met (ook) ruimte voor úw individuele ontwikkeling.

En wist u ook dat u uw eigen scholingsdagen ook aan andere OR-leden mag toebedelen als het maar niet over het maximaal toegestane dagen gaat. Zie ook de blog hieronder waarin we dit uitleggen.

Scholing voor de medezeggenschap / ondernemingsraad

Artikel 18 WOR - Merlijn Groep

Reacties - 3 reacties

Agnes Nibbeling - 23 oktober 2017

Dag Stef, Volgens mij staat in de WOR dat de ondernemer verplicht is de ondernemingsraad in de gelegenheid te stellen 5 dagen per jaar scholing te ontvangen. Dus het betreft een verplichting voor de ondernemer, niet voor de ondernemingsraad. Dat laat onverlet dat ondernemingsraden wel meer gebruik mogen maken van die verplichting voor de ondernemer en dus van kwalitatief goede scholing. Hartelijke groet, Agnes Nibbeling

Stef Soons - 23 oktober 2017

Hoi Agnes, Ik snap je reactie. Maar in lid 3 stelt men dat het gaat om de samenwerking tussen ondernemer en ondernemingsraad en in dit artikel staat juist doch niet lager dan 5. Vandaar mijn twijfel aan de interpretatie die ik er al deze tijd aan gegeven heb, dezelfde als jij, vanuit de ondernemer gezien.
Los hiervan vind ik dat de OR meer gebruik moet maken van de 5 dagen en/of het geven van scholingsdagen aan een ander OR-lid als de ontwikkel of scholingsvraag daar aanleiding voor geeft.
met groet Stef

Hans Hautvast, OR-Coach.nl - 07 november 2017

Dag Stef,
Een interessante stelling. Sinds de afschaffing van het GBIO (voor dr jongere lezers: een instelling die subsidie verstrekte voor scholing van OR’s) zijn er aan het oorspronkelijke wetsartikel een aantal zinnen toegevoegd, die de bedoeling hadden het scholingsrecht te versterken. Die zijn altijd beschouwd als een loze huls, maar jouw interpretatie weerlegt die opvatting welkicht. De tegenstelling tussen ‘gelegenheid geven’ en ‘samen tenminste overeen komen’ is voer voor juristen. Misschien helpt het ook nog te benadrukken dat het scholingsrecht een individueel recht is. Elk OR-lid kan zelf bepalen welke scholing zij nodig heeft. Naast de jaarlijkse tweedaagse cursus voor de hele OR ligt er dus nog een heel potentieel voor persoonlijke onrwikkeling braak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *