Wat kan de OR doen tegen discriminatie?

Discriminatie is helaas nog steeds een hardnekkig probleem. Veel meldingen gaan over discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, denk aan zwangere vrouwen. Bedrijven zijn verplicht om beleid te voeren tegen discriminatie. De WOR, artikel 28 lid 3, geeft de ondernemingsraad daar een taak in:

De OR waakt in het algemeen tegen discriminatie in de onderneming en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede de inschakeling van gehandicapten en minderheden in de onderneming.

Wat kan de OR nu concreet doen om discriminatie te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken?

  1. Neem signalen van discriminatie serieus

Het komt regelmatig voor dat collega’s het idee hebben dat uitingen van discriminatie ‘er nu eenmaal bijhoren’ en dat je als medewerker weerbaar moet zijn, er tegen moet kunnen. Maar de gevolgen van discriminatie kunnen erg groot zijn. Verschillende groepen medewerkers kunnen tegen elkaar opgezet worden. Individuele medewerkers, de sfeer op het werk en de productie kunnen er onder lijden. De signalen kunnen het startpunt zijn om aan de slag te gaan. Zorg daarbij wel dat je uit gaat van feiten en niet van roddels.

  1. Beoordeel het bedrijfsbeleid

Wordt het risico van discriminatie beoordeeld in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)? Het kan zijn dat dit er nog niet in staat; dan moet het bij de eerstvolgende RI&E worden gedaan. Houdt het bedrijf zich aan de Wet gelijke behandeling? De bewijslast ligt volgens de wet bij de werkgever als de medewerker voldoende hard kan maken dat er ‘gerede vermoedens’ zijn dat er gediscrimineerd wordt.

  1. Zorg voor beleid

Het is zaak om een bedrijfsbeleid op te stellen. Dat zou in ieder geval moeten bestaan uit:

  • het opstellen van een gedragscode. Zo gaan wij hier om met elkaar en met onze klanten;
  • een klachtenregeling voor zowel eigen medewerkers als externe contacten en klanten;
  • het aanstellen van een of meerdere vertrouwenspersonen (afhankelijk van de grootte van de organisatie). De vertrouwenspersoon moet goed bereikbaar en deskundig opgeleid zijn. Het kan verstandig zijn deze taak buiten het bedrijf onder te brengen, bijvoorbeeld bij de arbodienst;
  • het vastleggen van de wijze van registreren van incidenten en hoe die periodiek besproken worden zonder de privacy aan te tasten. Maar wel op een zodanige manier dat er conclusies kunnen worden getrokken voor eventuele structurele maatregelen;
  • systematische aandacht voor discriminatie in overige onderdelen van het bedrijfs- en personeelsbeleid. Zoals: bij aanname, bevordering en ontslag, bij het vaststellen van werktijden en vakanties, enzovoort;
  • het bespreken van dit onderwerp op werkoverleggen, voorlichtingsbijeenkomsten en zo nodig ook bij trainingen van leidinggevenden.
  • het periodiek evalueren van het bedrijfsbeleid. Stel vooraf vast wanneer en waarop geëvalueerd zal worden.

Lees meer over:

Met wie zit de OR eigenlijk aan tafel?

Merlijn Groep

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *