Wat? Alwéér vernieuwing medezeggenschap??

Het heeft de afgelopen jaren gegonsd van ideeën om de medezeggenschap in Nederland te vernieuwen.

Het zou allemaal te log gaan, vertragend werken, leiden tot formalistische standpunten en houdingen van ondernemingsraden in het overleg met directies en uiteindelijk aanleiding geven tot een beroerde sfeer. Tsja, en dan die Wet op de Ondernemingsraden (WOR). “Het lijkt wel de Bijbel of het Rode Boekje van Mao”, zo klaagde werkgevend Nederland. Beste mensen, waarom nu? We hebben het toch zo goed met elkaar? Nee, de medezeggenschap moest maar eens op de schop. Anders worden. En vooral:  geen formeel gedoe.

Vernieuwing

Misschien zet ik het wel erg dik aan, maar dat is schijn. Ik heb deze discussies vaak genoeg gehoord en ook in deze – of vergelijkbare – bewoordingen. Dus nee: dit is niet overdreven. Maar klopte het ook? Het bijzondere is dat dergelijke geluiden de afgelopen jaren ook de politiek bereikten. Voorlopig hoogtepunt (of dieptepunt) hierin was in 2005 het initiatief van de toenmalige minister Aart-Jan de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) te vervangen door de Wet Medezeggenschap Werknemers (WMW). Kern van zijn voorstel was om medezeggenschap op maat mogelijk te maken. Een hele sympathieke gedachte, maar daarmee ging de Kamer toen niet akkoord. Want was die WOR nu eigenlijk wel zo log als gemeend werd? In 2009 deed minister Donner (de huidige vicevoorzitter van de Raad van State) als opvolger van Aart-Jan de Geus een onderzoek naar bedoeling en effectiviteit van de WOR. Conclusie: met de WOR was niets mis en deze wet bood veel ruimte voor vernieuwing. Volgens minister Donner lag het probleem veel meer in de toepassing van de WOR door alle betrokken partijen: in plaats van naar “regeltjes te kijken”, zouden partijen meer de ruimte moeten zoeken om goede dingen voor mens en bedrijf te regelen. Fijntjes wees minister Donner op het feit dat weinig OR-en gebruik maakten van de mogelijkheden die artikel 32, lid 2 bood om, middels geschreven overeenkomsten (“convenanten”), onderwerpen aan de orde te stellen waarin de WOR niet voorziet. Of , met gebruikmaking van artikel 24 (“algemene gang van zaken”), gesprekpartners te zoeken om ontwikkelingen binnen bedrijven inhoudelijk en diepgaand aan te kaarten en er conclusies uit te trekken. En tenslotte wees hij ook nog eens op de mogelijkheden die het initiatiefrecht (artikel 23) de medezeggenschap bood en biedt om belangrijke zaken te agenderen waarop de bestuurder gehouden is inhoudelijk en gemotiveerd te reageren.

Geen andere “regels” maar een andere “mind set”!

Ten opzichte van het initiatief van oud-minister De Geus zijn we nu ruim 10 jaar verder. En opnieuw klinkt de roep tot “vernieuwing van de medezeggenschap”. Onlangs bekeek ik op de LinkedIn-pagina van één van de collega MZ deskundigen een beeldblog waarin dit onderwerp opnieuw aan de orde kwam. Het kwam weinig overtuigend op mij over. Toen het blog na een paar maanden opnieuw verscheen, reageerde ik met de vraag wat ik nu anders moest zien. Er kwam een antwoord: feitelijk niets, behalve dat een “best practice” bij een grote financiële instelling was toegevoegd. Maar de schrijver voegde er meteen aan toe dat dit niet echt als vernieuwing moest worden gezien. Nou, lekker dan….

Ik denk niet dat de vernieuwing van de medezeggenschap “an sich” aan de orde moet worden gesteld. Wel de manier van overleg tussen medezeggenschap en bedrijfsleiding. Het klassieke overlegmodel van de OR met de bestuurder staat onder druk, omdat er veel meer partijen zijn die de zeggenschap van de onderneming bepalen: Opsplitsing van bedrijfsonderdelen in aparte werkmaatschappijen met eigen zeggenschapsverhoudingen binnen holdings (nationaal en internationaal), toezichthouders die een steeds belangrijkere rol toebedeeld krijgen in zogenaamde “governance codes”, de rol van HR en het middenkader dat tussen werkgevers en werknemers in staat en dan ook nog eens de rol van de CAO’s en de vakbonden? Dát zijn factoren die de moderne zeggenschap bepalen. Dáár grip op te krijgen als speler met een eigen verantwoordelijkheid is de uitdaging waar de medezeggenschap voor staat. En dat zal alleen maar toenemen. Dat vergt geen vernieuwing van de medezeggenschap door de spelregels te veranderen en modellen te bedenken “hoe het beter kan”. Die komen dan vanzelf wel. Het vergt een inspanning om medezeggenschap beter toe te rusten om haar taak in dit complexe krachtenveld aan te kunnen en haar een rechtmatige rol als stakeholder te geven. Daar hoeft de wet écht niet voor veranderd te worden, wel de “mind set” van alle betrokkenen. Daar moet de energie en de inspanning op gericht worden.

Meer lezen?

De week van de PSA – het vervolg

Wat, alweer vernieuwing medezeggenschap? - Blog - Merlijn Groep

Reacties - 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *