(Op)weg met medezeggenschap?

In veel organisaties gedraagt de OR zich als een blok aan het been van de bestuurder.

Als een vertragende factor in de totale besluitvorming. Dat is deels te wijten aan de WOR. De daarin beschreven processen passen niet meer bij de snelheid waarmee de dingen zich vanaf het begin van de nieuwe eeuw zijn gaan ontwikkelen. De huidige WOR is een sta-in-de-weg voor zinvolle medezeggenschap.

Een andere factor is de wijze waarop de OR zichzelf organiseert en zich laat trainen, als een collectief. Dat is in de hand gewerkt door het inmiddels verdwenen GBIO dat tot het einde vasthield aan het exclusief subsidiëren van bejaarde trainingsvormen en dat daarmee de hele OR-markt in een knellende greep hield. EN: mede daarom monddood kon worden gemaakt door de werkgeversfactie in de SER.

Als je er goed over nadenkt is het dwaas om de hele OR collectief te willen leren onderhandelen, te leren debatteren of te laten luisteren naar verhalen over ARBO, pensioenen of jaarrekeningen.

Dat leidt tot brede oppervlakkigheid en tot oppervlakkige trainers die het krakende systeem in stand houden.

Op die manier verzwakt de OR zichzelf: het handelend vermogen wordt beperkt door de zwakste schakel in de interne besluitvorming, die daardoor bovendien nodeloos veel te traag verloopt. En die dus geen toegevoegde waarde heeft, maar een bedreiging is voor elke organisatie die snel moet reageren op veranderingen in de markt.

Veel bestuurders houden niet van hun OR.

En de OR vindt dat doorgaans de schuld van de bestuurder zelf. Maar zou het niet zó kunnen zijn dat elke OR de bestuurder krijgt die hij verdient? Als een bestuurder voor een bepaald vraagstuk een externe deskundige inhuurt, krijgt hij als regel binnen zo kort mogelijke tijd en zo nodig per omgaande advies. En zo niet, dan neemt hij afscheid van die deskundige.

Maar als de bestuurder advies vraagt aan de OR, die door zijn samenstelling en samengebalde kennis en jaren ervaring bij de onderneming zijn belangrijkste adviseur zou kúnnen zijn, moet hij vaak lange maanden wachten voor de OR een ei heeft gelegd. Als het al gelegd wordt. En als de OR niet alvast voor de zekerheid de nietigheid van het voorgenomen besluit heeft ingeroepen. Bij verziekte verhoudingen komt dat vaak genoeg voor. En afscheid nemen kan de bestuurder niet. Hij kan alleen maar stilletjes een hekel krijgen aan zijn OR. En dan op zíjn beurt de samenwerking saboteren door de OR te misleiden, etc.

Medezeggenschap vind ik een van de belangrijkste verworvenheden in de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Maar OR-en: dóe er dan ook iets mee. Houd op met collectief verstoppertje spelen, word een club van individuele specialisten die ook mandaat hebben om snel te ageren en neem je plaats als ‘mede-zeggenschapper’ in. Dan en dan alleen zal de medezeggenschap een gewaardeerde en belangrijke factor worden in plaats van de vermoeide en moe makende vertrager die in deze tijd een serieuze bedreiging kan vormen voor de continuïteit van de onderneming. En uiteindelijk zelf voor haar afschaffing verantwoordelijk zal zijn.

Een andere mening toegedaan? Lees de tegengestelde blog van Her Grimbergen:

Kan de zeggenschap de 21e eeuw nog wel aan?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *