Echtscheiding misverstanden over rechten, plichten en de procedure

Misverstanden echtscheiding

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft berekend dat ongeveer een derde van alle huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding. Dit maakt het des te belangrijker om te weten wat je rechten en plichten zijn als je geconfronteerd wordt met een echtscheiding. Daarover blijken in de praktijk nogal wat misverstanden te bestaan. Hieronder worden acht van deze misverstanden besproken.

1. Echtscheiding en minderjarige kinderen? Ouderschapsplan opstellen!

Als gevolg van het feit dat ongeveer een op de drie huwelijken in Nederland eindigt in een echtscheiding, worden logischerwijze veel kinderen geraakt door een echtscheiding. Indien ouders van minderjarige kinderen willen gaan scheiden, zijn zij in beginsel verplicht om ten overstaan van de rechter een ouderschapsplan te overleggen. In het ouderschapsplan dienen de ouders afspraken vast te leggen omtrent hun kind(eren). Van de verplichting tot het overleggen van een ouderschapsplan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer het voor de ouders redelijkerwijs niet mogelijk is om een ouderschapsplan te overleggen. De rechter zal in deze uitzonderlijke gevallen de echtscheiding uitspreken zonder een ouderschapsplan. Wanneer partijen geen ouderschapsplan hebben overgelegd, terwijl dit voor hen redelijkerwijs niet onmogelijk was, zal de rechter de ouders vragen alsnog een ouderschapsplan op te stellen, dan wel zal hij hiertoe zelf overgaan. Als uitgangspunt geldt namelijk dat, indien dit niet redelijkerwijs onmogelijk is, afspraken omtrent de kinderen moeten worden vastgelegd.

2. Let op! Alimentatieafspraken kunnen worden gewijzigd!

Bij een echtscheiding kunnen zowel ten behoeve van de partner als ten behoeve van het kind/de kinderen afspraken worden gemaakt over de alimentatie. Deze afspraken staan echter niet vast: zij kunnen na echtscheiding op verzoek van een van de partners worden gewijzigd. De rechter kan de alimentatieafspraken vervolgens gewijzigd vaststellen, bijvoorbeeld omdat een van de partners beduidend minder is gaan verdienen. De rechter heeft deze bevoegdheid altijd, ongeacht de afspraken die partijen hieromtrent ten tijde van de echtscheiding hebben gemaakt. Zelfs wanneer partijen zijn overeengekomen dat de alimentatieafspraken niet gewijzigd kunnen worden, kan de rechter na echtscheiding op verzoek van een van de partners alsnog tot wijziging van de alimentatieafspraken overgaan. In dat geval dient de ex-partner die de wijziging verzoekt wel aan te tonen dat er sprake is van zo’n ingrijpende wijziging van omstandigheden, dat hij/zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding mag worden gehouden (zie hieromtrent o.a. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 28 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:261).

3. Na echtscheiding een levenslang recht op partneralimentatie? Nee!

Wanneer partners heden ten dagen gaan scheiden, bestaat er geen levenslang recht op partneralimentatie. De partneralimentatieverplichting is in de Wet Limitering Alimentatie beperkt tot maximaal twaalf jaar. Deze termijn wordt verkort in het geval dat het huwelijk van partijen minder dan vijf jaar heeft geduurd en partijen geen minderjarige kinderen hebben. In dat geval wordt de partneralimentatieverplichting in beginsel gelijkgesteld met de duur van het huwelijk. Voor echtscheidingen die vóór 1 juli 1994 zijn uitgesproken, bestaat geen maximum termijn voor wat betreft de partneralimentatieverplichting. Zijn partijen hieromtrent destijds geen termijn overeengekomen, dan geldt de partneralimentatieverplichting in beginsel levenslang.

4. Voorhuwelijkse schulden: wel of niet mijn pakkie-an?

Wanneer mensen gaan trouwen en er geen huwelijkse voorwaarden worden opgesteld, komt er een algehele gemeenschap van goederen tot stand. Onder deze gemeenschap vallen zowel alle goederen als alle schulden van de echtgenoten. Daaronder vallen aldus ook de zogenoemde voorhuwelijkse schulden die voor het huwelijk zijn aangegaan. Deze schulden dienen gedurende het huwelijk door de echtgenoten tezamen te worden gedragen. Bij een echtscheiding vindt een ontbinding van de gemeenschap plaats. In dat kader is ieder van de echtgenoten gehouden om bij te dragen in de helft van de schulden, waaronder mede begrepen de voorhuwelijkse schuld van één van hen. Dit kan anders zijn, indien er sprake is van een voorhuwelijkse schuld die aan één van de echtelieden is verknocht. Indien verknochtheid wordt aangenomen, kan de voorhuwelijkse schuld worden toebedeeld aan één van de partners. Opmerking verdient dat verknochtheid slechts in uitzonderlijke gevallen door de rechter zal worden aangenomen. Uitgangspunt blijft derhalve dat ieder van de voormalige partners gehouden is om voor de helft bij te dragen in een voorhuwelijkse schuld.

5. Na echtscheiding verplicht tot voeren van meisjesnaam? Nee!

Na echtscheiding zijn partners niet verplicht om hun oorspronkelijke achternaam te gebruiken. De vrouw mag, zonder dat zij daartoe toestemming moet verkrijgen van haar ex-partner, diens achternaam blijven gebruiken. De rechter kan op dit wettelijk recht een uitzondering maken wanneer de ex-partner verzoekt te verbieden dat zijn ex-partner zijn achternaam mag gebruiken. .

6. De rechter heeft de echtscheiding uitgesproken, dus we zijn definitief gescheiden. Nee!

De echtscheiding is pas definitief zodra de echtscheidingsbeschikking van de rechter is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

7. Zodra het echtscheidingsverzoek is ingediend, zijn we geen fiscale partners meer. Jawel!

De indiening van een echtscheidingsverzoek is niet voldoende om een einde te maken aan het fiscale partnerschap. Staan partners ondanks de indiening van een echtscheidingsverzoekschrift nog ingeschreven op hetzelfde adres, dan zijn zij nog steeds fiscale partners van elkaar. Laat één van de partners zich uitschrijven op het adres en is het echtscheidingsverzoekschrift ingediend, dan zijn partijen vanaf dat moment geen fiscale partners meer van elkaar. Vanaf dat moment is het voor de partners mogelijk om op hun eigen inkomen toeslagen aan te vragen.

 8. Als ik uit de woning vertrek, heb ik geen recht meer op hypotheekrenteaftrek. Jawel!

Hypotheekrente is in beginsel niet meer aftrekbaar voor de partner die de voormalige gezamenlijke woning heeft verlaten.  Daarbij is het begrip “duurzaam gescheiden leven” doorslaggevend. Het einde van het fiscale partnerschap tussen partners is hierbij aldus niet van belang. Zodra een partner de voormalige gezamenlijke woning niet meer als hoofdverblijf heeft, kan hij/zij de hypotheekrente in beginsel ook niet meer aftrekken. De Belastingdienst heeft hierop een uitzondering gemaakt. De partner die de woning heeft verlaten mag maximaal twee jaar gebruik maken van de zogenoemde “eigen woningregeling”. Deze regeling houdt in dat de vertrokken partner gedurende maximaal twee jaar de hypotheekrente mag aftrekken. Voorwaarde daarvoor is dat de hypotheekrente wordt voldaan. De hoogte van de hypotheekrenteaftrek is afhankelijk van het eigen aandeel van de partner in de woning en de eigenwoningschuld.

familiemediation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *